goedaardigheid
Uiterlijk
- goed·aar·dig·heid
- Afgeleid van goedaardig met het achtervoegsel -heid.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | goedaardigheid | goedaardigheden |
| verkleinwoord | - | - |
de goedaardigheid v
- het goedaardig zijn
- De goedaardigheid van zijn karakter.
- Het woord goedaardigheid staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.