gewichtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·wich·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gewichtig gewichtiger gewichtigst
verbogen gewichtige gewichtigere gewichtigste
partitief gewichtigs gewichtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

gewichtig

  1. zich al of niet terecht gedragend alsof iets erg belangrijk is
    • Hij is altijd een gewichtig man geweest. 
  2. van groot belang zijnd
     `Ik wil mij graag verontschuldigen dat ik u bij die gewichtige opdracht heb gestoord. Ik moet leren dat mijn nieuwsgierigheid onze gasten tot last kan zijn, zoals meneer Montebello altijd zegt.'[1]
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.
  1. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 12