gesleep

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·sleep
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gesleep
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gesleep o

  1. aanhoudend slepen met voorwerpen of personen van de ene naar de andere plaats
    • De voorzitter van de Duitse vereniging voor ecologische diervoeding, Rudolf Joost-Meyer zu Bakum, laakt de wat hij noemt „ondoorzichtige handel in vet”. In de Tageszeitung zegt hij dat het gesleep met het vet van Emden (Petrotec) naar Nederland (Olivet) en vandaar naar Sleeswijk-Holstein (Harles & Jentzsch) „de kern van het probleem” is.[1] 
    • Deze stoelen - het hele podium staat er vol mee - zijn een verwijzing naar de performance The Artist is Present (2010) van Marina Abramovic, waarin museumbezoekers op een stoel konden plaatsnemen om de kunstenaar echt aan te kijken. Hoewel het een mooie verwijzing is, voelt het voortdurende gesleep met stoelen wat geforceerd en leidt het af van de eenvoud van de handeling van het kijken.[2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Joost van der Vaart 7 januari 2011
  2. NRC Dick Zijp 13 december 2017