beruhigen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
  • IPA: /bə'ʀuːɪgən/
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beruhigen
/bə'ʀuːɪgən/
beruhigte
/bə'ʀuːɪçtə/
beruhigt
/bə'ʀuːɪçt/
volledig

Werkwoord

beruhigen

  1. kalmeren