genoeg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·noeg

Onbepaald voornaamwoord

genoeg

  1. voldoende, in een hoeveelheid die niet te veel en niet te weinig is
    • Zo is het wel genoeg thee. 
    • Er zijn mensen genoeg die niet van thee houden. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Tussenwerpsel

genoeg

  1. stop!;
    • Genoeg daarmee! 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
genoegen

genoeg

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van genoegen
    • Ik genoeg. 
  2. gebiedende wijs van genoegen
    • Genoeg! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van genoegen
    • Genoeg je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie