afdoende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • af·doen·de

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als werkwoord

Werkwoord

vervoeging van: afdoen
verbogen vorm: afdoendee

áfdoende

  1. verbogen vorm van afdoend, het onvoltooid deelwoord van áfdoen

Bijvoeglijk naamwoord

afdóénde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van afdoend

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be