gemakzucht

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

de schildpad als voorbeeld van gemakzucht
Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·mak·zucht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gemakzucht
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gemakzucht v/m [1]

  1. begeerte naar gemak, afkeer van moeite en inspanning
    • Khoukhi, die begon in een callcenter van American Express, klaagt over gebrekkige motivatie onder Marokkaanse Nederlanders. „Als je werkloos bent, moet je niet zeuren maar actie ondernemen.” Hij vertelt over kennissen die een Wajong-uitkering hebben, omdat ze vanwege psychische problemen niet zouden kunnen werken. „Ik ken behoorlijk wat Marokkaanse Nederlandse jongeren die zo’n uitkering volgens mij op onterechte gronden hebben gekregen. Daarmee moedig je gemakzucht aan.” [2] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Gerbert van der Aa 20 december 2016
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be