gemak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·mak
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘kalmte’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236 [1]
  • In de betekenis van ‘wc’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1637 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord gemak gemakken
verkleinwoord gemakje gemakjes

Zelfstandig naamwoord

gemak o

  1. op een rustige en eenvoudige manier
    • Hij kon op zijn gemak de folders uitzoeken. 
     De Franse traditie ziet er heel anders uit, zoals de Britse trendwatcher Stephen Bayley opmerkte. Je rijdt op je gemak over een met platanen omzoomde tweebaansweg, in een comfortabele auto, bij voorkeur een Citroën DS. Ondertussen zoekt je passagier in de Michelingids een restaurant waar je goed en uitgebreid kunt lunchen.[2]
  2. zonder al teveel moeite
    • Met groot gemak schoot hij de voetbal in de kruising. 
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Wie zijn gemak niet zoekt is lui.

  • Als er een eenvoudigere of simpelere manier is om iets te doen is die manier de juiste keuze.
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen