ongemak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ge·mak
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van gemak met het voorvoegsel on-
enkelvoud meervoud
naamwoord ongemak ongemakken
verkleinwoord ongemakje ongemakjes

Zelfstandig naamwoord

ongemak o

  1. onaangename verstoring
    • Wij verontschuldigen ons voor het ongemak dat dit veroorzaakt heeft. 
    • Een woordvoerder van de luchtvaartmaatschappij zei op zaterdag: ,,Alle passagiers kregen een diner. De passagiers die niet meer meekonden, werden voorzien van vervoer en hotelaccommodatie en zullen op de volgende beschikbare vlucht worden gezet. PIA betreurt het ongemak dat haar passagiers als gevolg van dit incident is overkomen.” [1] 
  2. (eufemisme) kwaal aan het lichaam
    • Hij heeft een paar ongemakken aan zijn lichaam. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tubantia Florian van Impe 10-06-19 Vrouw opent per ongeluk nooduitgang in plaats van toilet, vlucht 7 uur vertraagd
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be