geleidelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·lei·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geleidelijk geleidelijker geleidelijkst
verbogen geleidelijke geleidelijkere geleidelijkste
partitief geleidelijks geleidelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

geleidelijk

  1. in geordende, kalme opeenvolging van het een op het ander overgaand
    • De dekolonisatie is voor sommige landen veel geleidelijker geweest dan voor andere. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen