geldschieter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geld·schie·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geldschieter geldschieters
verkleinwoord geldschietertje geldschietertjes

Zelfstandig naamwoord

geldschieter m

  1. iemand die bereid is iets te financieren
    • Hij kon daarvoor geen geldschieter vinden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie