doemen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doe·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doemen
doemde
gedoemd
zwak -d volledig

Werkwoord

doemen

  1. overgankelijk tot een bepaald lot veroordelen
    • Die gebeurtenis doemde hem tot een volslagen mislukking. 

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders
79 % van de Vlamingen.