fronsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fron·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fronsen


fronste


gefronst


zwak -t volledig

Werkwoord

fronsen

  1. (overgankelijk) de wenkbrauwen ~ van verbazing of afkeuring de wenkbrauwen ophalen
    Er werd door velen gefronst toen het nieuws verteld werd.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

fronsen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord frons
Synoniemen