fronsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fron·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fronsen
fronste
gefronst
zwak -t volledig

Werkwoord

fronsen

  1. (overgankelijk) de wenkbrauwen ~ van verbazing of afkeuring de wenkbrauwen ophalen
    Er werd door velen gefronst toen het nieuws verteld werd.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

fronsen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord frons
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.