frown

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to frown
he/she/it frowns
verleden tijd frowned
voltooid
deelwoord
frowned
onvoltooid
deelwoord
frowning
gebiedende wijs frown

Werkwoord

frown

  1. fronsen
    «He frowned at the thought that she would come.»
    Hij fronste bij de gedachte dat zij komen zou.