fotograferen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Fotograferen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fo·to·gra·fe·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fotograferen
fotografeerde
gefotografeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

fotograferen

  1. (overgankelijk) een afbeelding maken door de projectie van beeld op een lichtgevoelige laag
    Je bent vergeten die mooie dieren te fotograferen!
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl