fotograaf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fo·to·graaf
Woordherkomst en -opbouw
  • met het voorvoegsel foto- met het achtervoegsel -graaf
enkelvoud meervoud
naamwoord fotograaf fotografen
verkleinwoord fotograafje fotograafjes

Zelfstandig naamwoord

fotograaf m

  1. (beroep) iemand die foto's maakt
    De fotograaf maakte een portret.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie