fis-klein

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Nederlandse toonsoort
groot C Cis
Des
D Dis
Es
E F Fis
Ges
G Gis
As
A Aïs
Bes
B
klein c cis
des
d dis
es
e f fis
ges
g gis
as
a aïs
bes
b


Uitspraak
Woordafbreking
  • fis-klein
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fis-klein
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

fis-klein o

  1. (muziek) het akkoord fis - a - cis, de kleine drieklank op de eerste trap van de fis-kleinetertstoonladder
    • Het akkoord heet fis-klein naar de kleine terts: fis - a. 
  2. (muziek) de toonsoort waarvan #1 het grondakkoord is
    • Een wals in fis-klein. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Afkorting
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid