filiaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fi·li·aal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord filiaal filialen
verkleinwoord filiaaltje filiaaltjes

Zelfstandig naamwoord

filiaal o

  1. een pand in een reeks van panden
    De supermarktketen had zojuist drie nieuwe filialen geopend.
Vertalingen
stellend
onverbogen filiaal
verbogen filiale

Bijvoeglijk naamwoord

filiaal

  1. van kinderen en ouders tegenover elkaar


Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl