filiaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fi·li·aal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord filiaal filialen
verkleinwoord filiaaltje filiaaltjes

Zelfstandig naamwoord

filiaal o

  1. een pand in een reeks van panden
    • De supermarktketen had zojuist drie nieuwe filialen geopend. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend
onverbogen filiaal
verbogen filiale
partitief filiaals

Bijvoeglijk naamwoord

filiaal

  1. van kinderen en ouders tegenover elkaar

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl

Meer informatie