Naar inhoud springen

fietsveer

Uit WikiWoordenboek
Versie door Snorrebot (overleg | bijdragen) op 13 jun 2019 om 16:57 (→‎top: vervanging sjabloon samenstelling)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fiets·veer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fietsveer fietsveren
verkleinwoord fietsveertje fietsveertjes

Zelfstandig naamwoord

fietsveer o

  1. een veerpont voor fietsers en wandelaars
    • Ten oosten van Nijmegen kan je nog met een fietsveer oversteken naar de Millingerwaard. 
Synoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be