fanaticus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·na·ti·cus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fanaticus fanatici
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

fanaticus m [1]

  1. een te vurig ijveraar voor een ideaal
    • Die stoere maskerade verbergt veel pijn, angst en wanhoop. Haar vermogen tot empathie wordt willens en wetens onderdrukt. Dat moet ook wel, alle mannen zijn zwijnen. Slechts heel af en toe schemert haar menselijkheid nog door. In een mooie scène komt ze op voor een collega, maar die ‘sisterhood’ in de dop loopt slecht af. Hoewel Anna en Liz zich aan verschillende uiteinden van het madonna-hoerspectrum bevinden, is er een overkomst tussen hen. Beiden leven in een sadistisch universum waar tederheid en liefde geen plek hebben en allebei worden ze onderdrukt/achtervolgd door dezelfde religieuze fanaticus. [2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC André Waardenburg 11 januari 2017