dweper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwe·per
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van dwepen met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord dweper dwepers
verkleinwoord dwepertje dwepertjes

Zelfstandig naamwoord

dweper m

  1. iemand die dweept (een overspannen bewondering voor een ideaal koestert of een overspannen aanhanger is van een idee)
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie