fanatiek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·na·tiek
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen fanatiek fanatieker fanatiekst
verbogen fanatieke fanatiekere fanatiekste
partitief fanatieks fanatiekers -

Bijvoeglijk naamwoord

fanatiek

  1. met een grote inzet of liefde tot een bepaalde zaak
    • De fanatieke voetballer lag na de wedstrijd uitgeteld op het veld, omdat hij alles had gegeven. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen