fanatici

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·na·ti·ci

Zelfstandig naamwoord

fanatici mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord fanaticus

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be