email

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: e-mail

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • email
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord email -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

email o

  1. ondoorzichtige, glasachtige dunne deklaag, aangebracht op metaal of keramische voorwerpen
  2. voorwerp dat met email bedekt is
  3. tandglazuur.
  4. kleurgevende laag
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Verwijzingen

  • voor elektronische post: zie e-mail (zonder streepje is dit fout geschreven)
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen