elektrotechnicus
Uiterlijk
- Geluid: elektrotechnicus (hulp, bestand)
- IPA: / eˌlɛktroˈtɛxniˌkʏs / (6 lettergrepen)
- elek·tro·tech·ni·cus
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | elektrotechnicus | elektrotechnici |
| verkleinwoord | - | - |
de elektrotechnicus m
- (beroep) (elektrotechniek) beoefenaar van de elektrotechniek
- Het woord elektrotechnicus staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 16
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 6 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel elektro- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Elektrotechniek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal