eigenlijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·gen·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen eigenlijk eigenlijker eigenlijkst
verbogen eigenlijke eigenlijkere eigenlijkste
partitief eigenlijks eigenlijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

eigenlijk [1]

  1. oorspronkelijk.
    De eigenlijke bedoeling was om de kamer te versieren, maar er was geen tijd meer.
  2. echt, waar.
    Was is nu je eigenlijke bedoeling, want dat begrijp ik nog steeds niet goed.
Vertalingen

Bijwoord

eigenlijk

  1. als ik er nu nog eens over nadenk
    Dat is toch eigenlijk heel vreemd verlopen.
  2. echt, waar, in werkelijkheid.
    Het gaat eigenlijk niet zo goed met hem, maar hij is bang voor de dokter.
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal