eetbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eet·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen eetbaar eetbaarder eetbaarst
verbogen eetbare eetbaardere eetbaarste
partitief eetbaars eetbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

eetbaar

  1. geschikt om gegeten te worden
    • Bepaalde paddenstoelen zijn giftig, andere zijn eetbaar. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie