giftig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gif·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van gift (modern Nederlands gif) met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen giftig giftiger giftigst
verbogen giftige giftigere giftigste
partitief giftigs giftigers -

Bijvoeglijk naamwoord

giftig

  1. gif bevattend
    • Giftige paddenstoelen hoort men niet op te eten. 
  2. zeer nijdig
    • Toen ze ontdekte dat haar man hoor bedroog, werd ze pas echt giftig. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

giftig

  1. giftig


Zweeds

Bijvoeglijk naamwoord

giftig

  1. giftig