dwangarbeid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwang·ar·beid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dwangarbeid -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dwangarbeid m

  1. werk dat door gevangenen onder dwang gedaan moet worden
    • Gelukkig komt dwangarbeid steeds minder voor. (behalve natuurlijk in landen als Noord-Korea) 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen