droge

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dro·ge

Bijvoeglijk naamwoord

droge

  1. verbogen vorm van de stellende trap van droog

Werkwoord

vervoeging van
drogen

droge

  1. aanvoegende wijs van drogen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Middelnederduits

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Oudsaksische *drōgi

Bijvoeglijk naamwoord

droge

  1. droog
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening


Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Oudnederlandse *drōgi

Bijvoeglijk naamwoord

droge

  1. droog
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening

Verwijzingen


Nedersorbisch

Uitspraak
  • IPA: /drɔɡʲɛ/

Bijvoeglijk naamwoord

droge

  1. nominatief onzijdig enkelvoud van drogi
  2. accusatief onzijdig enkelvoud van drogi
  3. nominatief meervoud van drogi
  4. accusatief meervoud van drogi