Naar inhoud springen

droge

Uit WikiWoordenboek
  • dro·ge

droge

  1. verbogen vorm van de stellende trap van droog
     Het was bijna sluitingstijd, hetgeen betekende dat alle kruimeltjes droge huid - tenenkaas, noemden we dat - uit het tapijt zouden moeten worden gezogen.[1]
     Hij trok droge kleren aan en vroeg zijn vrouw om vluchtelingen in huis te nemen als dat nodig mocht zijn.[2]
vervoeging van
drogen

droge

  1. aanvoegende wijs van drogen
95 %van de Nederlanders;
94 %van de Vlamingen.[3]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


  • Afgeleid van het Oudsaksische *drōgi

droge

  1. droog


  • Afgeleid van het Oudnederlandse *drōgi

droge

  1. droog


  • IPA: /drɔɡʲɛ/

droge

  1. nominatief onzijdig enkelvoud van drogi
  2. accusatief onzijdig enkelvoud van drogi
  3. nominatief meervoud van drogi
  4. accusatief meervoud van drogi