droge
Uiterlijk
- dro·ge
droge
- verbogen vorm van de stellende trap van droog
| vervoeging van |
|---|
| drogen |
droge
- aanvoegende wijs van drogen
- Het woord droge staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "droge" herkend door:
| 95 % | van de Nederlanders; |
| 94 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Teuntje de Haan“Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij
, ISBN 9789021409375 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- Afgeleid van het Oudsaksische *drōgi
droge
- → Duits: dröge
- Nedersaksisch: dröge
- Afgeleid van het Oudnederlandse *drōgi
droge
- IPA: /drɔɡʲɛ/
droge
- nominatief onzijdig enkelvoud van drogi
- accusatief onzijdig enkelvoud van drogi
- nominatief meervoud van drogi
- accusatief meervoud van drogi
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 95 %
- Prevalentie Vlaanderen 94 %
- Woorden in het Middelnederduits
- Bijvoeglijk naamwoord in het Middelnederduits
- Woorden in het Middelnederlands
- Woorden in het Middelnederlands van lengte 5
- Bijvoeglijk naamwoord in het Middelnederlands
- Woorden in het Nedersorbisch
- Woorden in het Nedersorbisch met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nedersorbisch
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Nedersorbisch