drenken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dren·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
drenken
/ˈdrɛŋkə(n)/
drenkte
/ˈdrɛŋktə/
gedrenkt
/xəˈdrɛŋkt/
/ɣəˈdrɛŋkt/
zwak -t volledig

Werkwoord

drenken

  1. overgankelijk laten doortrekken met een vloeistof
    • Hij drenkte de zemen lap in het water. 
  2. overgankelijk drinken geven aan
    • Zij moest de planten nog drenken. 
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders
82 % van de Vlamingen.