causatief
Uiterlijk
- cau·sa·tief
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | causatief | causatieven |
| verkleinwoord | causatiefje | causatiefjes |
het causatief o
- (taalkunde) een werkwoord dat aangeeft dat men iets doet of laat gebeuren
- Zetten is het causatief van zitten en vellen dat van vallen.
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | causatief | causatiever | causatiefst |
| verbogen | causatieve | causatievere | causatiefste |
| partitief | causatiefs | causatievers | - |
causatief
- op een oorzaak betrekking hebbend
- Is er echt een causatief verband tussen deze verschijnselen?
- Het woord causatief staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "causatief" herkend door:
| 56 % | van de Nederlanders; |
| 75 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Taalkunde in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 56 %
- Prevalentie Vlaanderen 75 %