drankzucht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drank·zucht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drankzucht -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

drankzucht v/m

  1. (medisch) een ziekelijk verlangen naar alcoholische dranken
    • Zijn drankzucht heeft hem te gronde gericht. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie