drankorgel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drank·or·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drankorgel drankorgels
verkleinwoord drankorgeltje drankorgeltjes

Zelfstandig naamwoord

drankorgel o

  1. (informeel) iemand die constant dronken is
    • Wil jij dat drankorgel even naar huis brengen? Ze mag zelf namelijk nu echt niet meer rijden. 
  2. een stellage met vaatjes voor verschillende soorten sterkedrank
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie