drankwinkel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Het interieur van een drankwinkel
Uitspraak
Woordafbreking
  • drank·win·kel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drankwinkel drankwinkels
verkleinwoord drankwinkeltje drankwinkeltjes

Zelfstandig naamwoord

drankwinkel m [1]

  1. een winkel waar men alcoholische dranken verkoopt
    • De nieuwe alcoholwet brengt meer problemen met zich mee. Veel jongeren blijven weg uit Renesse. Nog steeds overspoelen toeristen het Zeeuwse dorp met 75.000 per jaar, maar hun samenstelling is veranderd. Alle ondernemers merken het. De mevrouw met het kraampje plastic zonnebrillen verkoopt minder („volwassenen hebben een dure waar ze jaren mee doen”). Een taxibaas heeft nog twee auto’s rijden, dat waren er negen. De drankwinkel verkoopt minder bier en meer luxealcohol, zoals gin. In de zaken van Giele was het van de ene op de andere dag half zo druk. Club Four gaat na de zomer dicht. Het pand is verkocht, er komt een Italiaans restaurant in. „We gaan ons helemaal focussen op Pinky en Zoom.” [2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen