dragelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dra·ge·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dragelijk dragelijker dragelijkst
verbogen dragelijke dragelijkere dragelijkste
partitief dragelijks dragelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

dragelijk

  1. van iets dat het niet leuk, maar toch ook niet rampzalig is
    • Borhave werd met duidelijke cijfers uitgeschakeld: 33-20. Pijnlijk? "Het verschil had ook twintig doelpunten kunnen zijn, dit was nog dragelijk. VOC is gewoon te goed voor ons. Wij hadden top moeten zijn en zij niet helemaal optimaal. Dat was helaas niet het geval." [1] 
    • Vier van de restaurants die werden verwoest door de aardbeving hebben hier opnieuw hun deuren geopend. Luigi Bucci verloor zijn vijftig jaar oude hotel-restaurant Il Castagneto. Hij is blij weer aan het werk te kunnen. "Dat maakt het wachten dragelijk, of nou ja: dragelijker." [2] 
    • Al het natuurschoon en de fijne contacten met de andere families maakte het wachten op de hereniging met Raymond dragelijk. Maar het ging natuurlijk om die ontmoeting. [3] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Tubantia R. Blijlevens 7 april 2017 Seizoen vol historische momenten voor Borhave
  2. Tubantia E. Rethmeier 24 augustus 2017 Amatrice ligt een jaar na aardbeving nog altijd in puin
  3. Tubantia R. Hemmink 17 november 2017 Echtpaar uit Borne ziet 2 kleinkinderen voor het eerst dankzij Robert ten Brink
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be