doordouwer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·dou·wer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord doordouwer doordouwers
verkleinwoord doordouwertje doordouwertjes

Zelfstandig naamwoord

doordouwer m [1]

  1. iemand die niet opgeeft, maar net zo lang doorgaat totdat hij of zij zijn of haar doel bereikt heeft
    • Ik moest lang nadenken over haar beeldspraak. Ik dacht daarbij ook aan de Amerikaanse generaal George Patton. Hij was een doordouwer eerste klas. Zijn motto: no guts, no glory. Volgens de overlevering, we hebben het over de Tweede Wereldoorlog, reageerden soldaten van de generaal gematigd enthousiast met: our guts, his glory; onze ballen, hij de eer. Op z’n Twents is dat zoiets als joajoa. [2] 
    • Het was een flinke klus om mevrouw, karretje en hulphond thuis te krijgen. "Het was nogal een eindje duwen, maar wij vinden dat dit ook politiewerk is!" Het verzoek is de actiefoto te delen en zo te laten zien dat Facebookvolgers ook trots zijn op de dappere doordouwer. [3] 
    • Bij een zoveelste tegenvaller houdt ze als doordouwer haar rug recht. En benadrukt streng: "Het domste wat mensen kunnen doen, is mij inschakelen als ze schuldig zijn. Want ik kom er toch wel achter." En over waarom ze met Avery in zee ging: "Ik geloof heilig in zijn onschuld." [4] 
  2. iemand die geen tegenspraak duldt, maar net zo lang doorgaat totdat hij of zij zijn of haar zin heeft gekregen
Synoniemen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
63 % van de Vlamingen.

Verwijzingen