doolhof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
[1] Een doolhof

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dool·hof
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord doolhof doolhoven
verkleinwoord doolhofje doolhofjes

Zelfstandig naamwoord

doolhof o en m *

  1. stelsel van paden of dwaalwegen, zodanig aangelegd dat men daarin moeilijk de weg kan vinden
    • De jongen was verdwaald in het doolhof, wat natuurlijk niet zo vreemd was. 
  2. (figuurlijk) ingewikkelde zaak
    • Hij was verdwaald in het doolhof van regelgeving. 
Opmerkingen
  • In het Middelnederlands kon "hof" zowel mannelijk als onzijdig zijn, maar sindsdien is er geleidelijk een betekenisverschil ontstaan tussen "de hof": "tuin" en "het hof": "afgebakende grond bij een woning, vorstelijke woning, plaats voor rechtspraak". Het woord doolhof bestond al voor het uiteengroeien van de betekenissen. Het wordt vaak onzijdig gebruikt, hoewel de betekenis meer aansluit bij het mannelijke woord "hof". [3]
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. doolhof op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 17 december 2020 Weblink bron “De / het doolhof” (1 oktober 2020) op onzetaal.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be