Naar inhoud springen

jungle

Uit WikiWoordenboek
  • jun·gle
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘wildernis’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
  • Via het Engels ontleend aan Hindi जंगल 'jangal'.
enkelvoud meervoud
naamwoord jungle jungles
verkleinwoord jungletje jungletjes

dejunglev/m

  1. tropisch oerbos
    • Zij waren op expeditie in de jungle. 
     In slow motion zie ik haar door de jungle dwalen, ze heeft geen idee welke kant ze op moet.[2]
     Oom Owen was de eerste die me over dit fenomeen vertelde, hij had het verschillende keren gezien in Vietnam, als hij de wacht hield in kamp Bastogne met uitzicht op de jungle om hen heen.[3]
  2. overdrachtelijk een omgeving waar het wild toegaat
    • Die sloppenwijken zijn een jungle waar een mens zijn leven niet zeker is. 
     Ze had het afgelopen halfuur vrij stijve foto's gemaakt - van het schilderij, van Isaac ernaast - maar nu gooide Olive lachend haar hoofd in haar nek, met haar ogen tot spleetjes geknepen, terwijl Isaac naast haar, ongevoelig voor de grappen en grollen van Teresa, recht de camera in keek met zo'n bezeten blik in zijn ogen dat Teresa helemaal vergat dat ze zelf de koning van de jungle was.[4]
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[5]