hondsmoe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • honds·moe
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen hondsmoe
verbogen hondsmoeë
partitief hondsmoes

Bijvoeglijk naamwoord

hondsmoe [1]

  1. (informeel), (intensief) heel erg vermoeid
    • Gisteravond begaf ik mij 'hondsmoe' ter ruste in mijn hok. Na mijn gebeden blies ik de lantaarn uit & gewiegd door de talloze stemmen van het schip zonk ik in de ondiepten van de slaap tot ik met opengesperde ogen & vol angst gewekt werd door een omfloerste stem, in mijn hok! ` M'nheer Ewing,' smeekte dat dringende gefluister, ' Wees niet bang — M'nheer Ewing — geen kwaad, geen roep, alstublieft, meneer!' [2] 
    • Zijn sterk vermagerde gezicht, waarin rood omrande ogen door dikke wallen zijn omgeven, spreekt boekdelen. Hondsmoe is hij, ondanks het feit dat hij voor het eerst na 116 dagen racen een nacht in relatieve rust heeft kunnen doorbrengen. [3]  
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Mitchell, David Wolkenatlas vertaald door Aad van der Mijn 2005 ISBN 9021474840 pagina 33
  3. Volkskrant Michiel Kruijt 3 maart 2017