demagoog

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·ma·goog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord demagoog demagogen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

demagoog m

  1. (politiek) iemand die demagogie bedrijft, een volksmenner
    de demagoog bij uitstek in de twintigste eeuw was wel Adolf Hitler
    demagoog bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl