populist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·pu·list
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord populist populisten
verkleinwoord populistje populistjes

Zelfstandig naamwoord

populist o

  1. (politiek), (scheldwoord) een persoon die populair probeert te zijn door naar het volk te spreken, maar zonder echt inhoud te hebben.
    • De politicus werd beschuldigd een populist te zijn toen hij gemaakte afspraken niet waar kon maken. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie