defibrillator

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·fi·bril·la·tor
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘apparaat dat korte hartstilstand bewerkt’ voor het eerst aangetroffen in 1979 [1]
  • afgeleid van defibrilleren met het achtervoegsel -ator
enkelvoud meervoud
naamwoord defibrillator defibrillatoren
defibrillators
verkleinwoord defibrillatortje defibrillatortjes

Zelfstandig naamwoord

defibrillator m

  1. (medisch) (gereedschap) een apparaat waarmee met behulp van stroomstoten het normale hartritme hersteld kan worden
    • Dankzij de defibrillator overleven veel mensen een hartaanval. 
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen