decreteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·cre·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afkondigen van een besluit’ voor het eerst aangetroffen in 1548 [1]
  • afgeleid van het Franse décréter (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -eren) [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
decreteren
decreteerde
gedecreteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

decreteren

  1. overgankelijk bij decreet vaststellen
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen


Gangbaarheid

Verwijzingen