deactiveren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·ac·ti·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van actief met het voorvoegsel de- met het achtervoegsel -eren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
deactiveren
deactiveerde
gedeactiveerd
zwak -d volledig

Werkwoord

deactiveren

  1. overgankelijk uitschakelen, buiten werking stellen, onwerkzaam maken
  2. overgankelijk minder reactief maken
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.