Naar inhoud springen

daggeld

Uit WikiWoordenboek
Versie door Snorrebot (overleg | bijdragen) op 13 jun 2019 om 06:29 (→‎top: vervanging sjabloon samenstelling)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dag·geld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord daggeld daggelden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

daggeld o

  1. (economie) geld dat binnen een dag verdiend wordt
  2. (financieel) zeer kortlopende geldelijke lening die bovendien op elk moment opvraagbaar is
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be