couscous

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cous·cous
enkelvoud meervoud
naamwoord couscous -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

couscous v/m

  1. (voeding) Noord-Afrikaans gerecht
    • Een orthodox-joodse familie zat couscous te eten en te kletsen met hun Arabische buren. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Sandes, David De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 113