consentir

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Frans

Uitspraak
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
consentir
consentais
consenti
derde groep volledig

Werkwoord

consentir

  1. instemmen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·sen·tir
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
consentir
consentía
consentido
volledig

Werkwoord

consentir

  1. inwilligen, toestaan, dulden, instemmen
  2. vertroetelen, verwennen, bederven
  3. verdragen
Synoniemen
Verwijzingen