instemmen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·stem·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
instemmen
stemde in
ingestemd
zwak -d volledig

Werkwoord

instemmen

  1. (inergatief) het eens zijn
Vertalingen