coderen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • co·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
coderen
codeerde
gecodeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

coderen

  1. overgankelijk in een code brengen
  2. overgankelijk van een code voorzien
    coderen bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl